Nieuws


Lezing Pieter Boulogne verplaatst

dinsdag 24 januari 2012

De lezing ‘Bang van de Rus - Literatuurhistorische lezing over de vroege Nederlandse Dostojevski-vertalingen’ door Pieter Boulogne in Utrecht is verplaatst van vrijdag 11 mei, naar donderdag 10 mei. De tijd blijft onveranderd: 15:30 tot 17:30. De lezing wordt afgesloten met een borrel.
Aanmelden kan via het aanmeldingsformulier tot 26 april 2012. De exacte locatie wordt later bekendgemaakt.

De lezing Bang van de Rus - Literatuurhistorische lezing over de vroege Nederlandse Dostojevski-vertalingen door Pieter Boulogne, stelt zich tot doel om de belangrijkste vragen en resultaten te belichten van het doctoraal proefschrift Het temmen van de Scyth. De vroege Nederlandse receptie van F.M. Dostoevskij, met bijzondere aandacht voor zijn vertaalwetenschappelijke dimensie. 

Deze studie werpt een licht op een onvoldoende gekende bladzijde uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis: de ontvangst van de eigenzinnige Russische schrijver F.M. Dostojevski in de periode vanaf 1881, wanneer in de Nederlandstalige pers de eerste artikelen over hem verschijnen, tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Conform het aangenomen polysysteemtheoretische kader wordt de internationale context onder de loep genomen. Hieruit blijkt dat Dostojevski, die bij zijn leven door het Westen genegeerd werd, in de jaren 1880 in Duitsland en Frankrijk uitgroeide tot een modefenomeen omdat de sociale bewogenheid in sommige werken ervaren werd als een noodzakelijke correctie en aanvulling op het eigen repertoire.

Het was aan zijn Duits en Frans succes te danken dat de Russische schrijver ook ontdekt werd in het Nederlandse taalgebied. Het enthousiasme dat volgde op de publicatie van Schuld en boete was echter beperkt. De dungezaaide critici die Dostojevski populariseerden, lieten zich bij uitstek inspireren door de Franse criticus De Vogüé, die een lage dunk had van zijn compositietalent en schrijfstijl in het algemeen en van zijn rijp oeuvre in het bijzonder. Bovendien werd zijn Nederlandse receptie bemoeilijkt door gewichtige zedelijke bezwaren.

Naast de literaire kritiek en actoren, zoals uitgevers, vertalers, critici en lezers, werden ook de vertalingen in kaart gebracht. Na een genealogisch onderzoek werden in comparatief perspectief periteksten, waaronder opdracht, motto, titelpagina en voorwoord, macrostructuren en microtekstuele vertaalkeuzes geanalyseerd. De vastgestelde verschuivingen tonen aan dat de vertalers het niet schuwden om de kenmerken van Dostojevski’s proza die ervaren werden als hinderlijk aan te passen aan de eigen literaire normen. Dit wordt onder meer geïllustreerd aan de hand van een case studie over De gebroeders Karamazow (1913), de eerste Nederlandse vertaling van Brat’ja Karamazovy.